Er is een soort angst die je bijna niet kunt uitleggen aan iemand die dit niet kent.
Het gaat niet perse om angst voor ruzie of angst voor gedoe. Maar de angst voor wat er daarna gebeurt. Voor hoe jij op papier verschijnt, want jij hebt het al meegemaakt.
Jij stelt een grens, en ineens ben jij "controlerend". Jij stelt een vraag, en ineens ben jij "conflict". Jij benoemt een zorg, en ineens ben jij "moeilijk". En het vervelende is: je hoeft daarvoor niet eens hard te worden. Het kan al gebeuren terwijl jij juist netjes blijft.
Waarom het zo verstikkend voelt
Je weet dat je iets moet doen. Je voelt dat het niet klopt. Je ziet signalen. Maar je lichaam reageert alsof elke stap gevaarlijk is, omdat je brein iets geleerd heeft: als ik beweeg, word ik geframed.
Dus je gaat zachter praten, meer uitleggen en jezelf verantwoorden. En precies daar gaat het mis, omdat je onbewust in het frame stapt dat de ander voor je klaar heeft gelegd.
Het conflictframe is een val
Het conflictframe klinkt zo onschuldig. "Beide ouders." "Jullie moeten samenwerken." "Het ligt complex." En voordat je het weet zit jij in een gesprek waarin jij jezelf verdedigt, terwijl je eigenlijk iets heel anders wil: veiligheid, rust, voorspelbaarheid.
Het conflictframe maakt van jouw zorg een mening, en van zijn positie een feit. En dat is waarom je het zo spannend vindt om uberhaupt iets te zeggen. Je weet: een verkeerde zin, en ik ben de lastige ouder.
Wat jij eigenlijk zoekt
Je zoekt niet iemand die jou "sterk" maakt. Je zoekt iemand die jou veilig laat bewegen. Zodat je niet meer hoeft te gokken: zeg ik te veel, zeg ik te weinig, klinkt dit als strijd, maak ik mezelf verdacht. Want dat is uitputtend en dat is waarom je stilvalt.
Je hebt geen ruimte meer om steeds te corrigeren. En je bent ook niet moeilijk. Je bent iemand die te vaak heeft gezien dat netjes niet altijd veilig is.